BartimeĆ¼s: wonderen van het koninkrijk

Verwerkingsblad voor groepsbespreking

 Ga vanuit de bijbel naar het thema toe: lees Marcus 10,46-52 en 11,9-10

Een lied om te zingen:

Jezus zal heersen waar de zon
gaat om de grote aarde om,
de maan zijn lichte banen trekt,
zover het verste land zich strekt.

Het lied in alle talen zal
zijn liefde loven overal,
en uit de kindermond ontspringt
de lofzang die zijn naam omringt.

Zijn rijk is volle zaligheid,
wie was gevangen wordt bevrijd,
wie moe was komt tot rust voorgoed,
wie arm was leeft in overvloed.

Laat loven al wat adem heeft
de koning die ons alles geeft.
O aarde om dit nieuw begin
stem met het lied der eng’len in.

                                      Liedboek voor de kerken (1973) lied 281 [Nieuw: 871]

 

Het thema kun je bespreken aan de hand van de volgende punten:

1. De wonderen van onze Heiland waren uniek (a) door hun omvang, (b) door de manier waarop Hij ze verrichtte, (c) door hun belangeloosheid en (d) door de betekenis die ze hadden. Geef bij alle vier punten een korte toelichting (zie de Bijbelstudie).

2. De wereld is voor wie gelooft vol wonderen.
Zing voor de Heer een nieuw gezang!
Hij laaft u heel uw leven lang
met water uit de harde steen.
Het is vol wonderen om u heen. (Liedboek voor de kerken lied 225:1 [Nieuw 655:1])
Hoe is volgens jou de overeenkomst en het verschil tussen de wonderen van de Heiland en de wonderen die in dit lied worden genoemd en die je toch ook zelf ervaart?

3. Je kunt in catechisatieboekjes soms het onderscheid vinden tussen een waar geloof, een historisch geloof, een tijdgeloof en een wondergeloof. Wat zou dan worden bedoeld met `een wondergeloof’? Lees hierbij ook de gelijkenis van het zaad (Mt.13,19-23).

4. Trofimus, een medewerker van Paulus, lag ziek in Milete, vlakbij Efeze. Paulus had hem daar ziek achtergelaten en was doorgereisd (2 Tim.4,20). Denk je eens in hoe Trofimus zich voelde: hij was afkomstig uit Efeze (Hand.21,29) en had daar mogen meemaken hoeveel zieken in Jezus’ naam door diezelfde Paulus waren genezen (Hand.19,11-12). Waarom wordt hij zelf nu ziek achtergelaten? Dat kan een kind van God zich ook vandaag afvragen: waarom werd Bartimeüs ziende en blijf ik blind? Er is natuurlijk voor iedereen uitzicht op de latere genezing voorgoed, maar kun je ook iets zeggen over de betekenis van het lijden voor een christen in deze tijd? Wat zou Trofimus zelf daarover zeggen of dat blinde meisje? Voor verder lezen: zie de meditatie in Extra c/ Beter worden door bidden.

5. Wanneer je tot geloof mag komen, is dat een zeer groot wonder. Een wedergeboorte! Leven uit de dood! Daarover lezen we in de Dordtse Leerregels:
,,Het is een volstrekt bovennatuurlijke, zeer krachtige en tegelijk zeer liefdevolle, wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking. Deze is (…) door God die dit bewerkt, niet minder krachtig dan zijn werk bij de schepping of de opwekking van doden.’’ (Hoofdstuk 3/4; paragraaf 12)
Wanneer Bartimeüs zijn genezing aan jou zou vertellen, wat zou jij dan als je eigen wonderverhaal aan hem kunnen vertellen? En wat is de overeenkomst tussen die heel verschillende wonderen?

6. ,, Wetenschap heeft Wonderen onbestaanbaar gemaakt’’. Wat zou je reactie zijn wanneer iemand dat tegen je zegt?
Voor verder lezen: Extra e/ Zien en niet zien: over geloof en wetenschap, over schepping en evolutie.

In één woord!

Aan het eind van de bespreking kan ieder eerst voor zichzelf op een blaadje het woord schrijven dat het beste samenvat wat je uit deze Bijbelles meeneemt voor jezelf. Schrijf daarna de woorden die ieder koos op een groter blad papier. Kijk of je daar samen een kernwoord uit kunt kiezen dat door meer of door iedereen wordt herkend.

Je kunt het meest herkende woord op een vaantje schrijven met de kleur van deze drie Bijbellessen (blauw). Op den duur krijg je een slinger met twaalf vaantjes in vier kleuren: het snoer dat je groepsavonden verbindt.

 

Samen danken met het gebed dat Jezus ook leerde aan allen die door Hem genezen waren

Sluit af met gezamenlijk gebed (kan ook gezongen):

(Onze Vader die in de hemelen woont)
O allerhoogste Majesteit,
Die in het rijk der heerlijkheid
De heem'len hebt tot Uwe troon,
Wij roepen U, in Uwe Zoon,
Die voor ons heeft genoeg gedaan,
Als onze Vader need'rig aan.

(Uw koninkrijk kome)
Uw koninkrijk koom' toch, o HEER'!
Ach, werp de troon van satan neer!
Regeer ons door Uw Geest en Woord;
Uw lof word' eens alom gehoord,
En d' aarde met Uw vrees vervuld,
Totdat G' Uw rijk volmaken zult.

(Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze)
Verlos ons uit des bozen macht;
Bescherm, en sterk ons door Uw kracht:
Wij zijn toch zwak, Zijn sterkt' is groot;
Dus zijn w' elk ogenblik in nood.
Hier komt nog vlees en wereld bij,
Ach, sterk ons dan, en maak ons vrij.

(Want van U is het koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid)
Want Uw is 't Koninkrijk, o HEER',
Uw is de kracht, Uw is al d' eer!
U, die ons helpen wilt en kunt,
Die in Uw Zoon verhoring gunt,
Die door Uw Geest ons troost en leidt,
U zij de lof in eeuwigheid.

Afdrukken