05.1 Sinaïwet en Bergrede

Hoe verhoudt zich de Bergrede tot de wet van de Sinaï (de decaloog, of de Tien Woorden)? Verdwijnt de decaloog achter de Bergrede? Volgens sommigen wel. Maar dit is moeilijk vol te houden. Het is immers duidelijk dat de Here Jezus in de Bergrede wet en profeten niet ontbindt, maar komt vervullen (Mt.5,17). Hij geeft zijn geboden in aansluiting bij Woorden uit de decaloog en Hij scherpt die Woorden alleen maar aan. Hij heft ze niet op (Mt.5,21-48). We zien bij de apostelen dat ook zij uitgaan van Woorden uit de decaloog (bijv. Rom.13,8-10).


Maar wanneer Jezus de liefde centraal stelt, wordt daarmee de decaloog dan niet ingehaald?

1. Ook in het Oude Testament is de liefde de vervulling van de wet (verg. Mt.22,34-40; Lc.10,25-28; Gal.5,14). Deze liefde bewoog zich toen nog binnen de afgrenzing van wet en volk: daarbuiten waren de vijanden. Het nieuwe is niet het gebod van de liefde, maar het nieuwe is dat deze liefde zich in Christus ook mag en kan uitbreiden tot de vijanden en vervolgers (Mt.5,43-48). Zelfbescherming en zelfverdediging zijn niet meer nodig nu de Messias zijn volk beschermt. In Hem hoef je niet bang te zijn om liefde te hebben zonder grenzen, zodat ook de Samaritaan er binnen valt (Lc.10,25-37). Zelfs je vervolgers hoef je niet van je af te schudden.

2. De decaloog wordt niet ingehaald, maar wel verbreed dankzij de Nieuwe Bedeling. En zoals de decaloog ons in het Oude Verbond leerde op welke terreinen de liefde concreet mag worden, zo leert die decaloog ons dat ook in het Nieuwe Verbond. De liefde moet nog steeds blijken in huwelijken (voortaan zonder scheidbrief), in naastenliefde (nu zelfs zonder scheldwoorden), in reinheid (voortaan ook zonder onreine blikken), in eerlijkheid (nu niet meer met dubbelzinnigheid), in lijden (zelfs met bewilliging), in liefde (ook voor vijanden): zie Matteüs 5,21-48. Liefde mag ruimer zijn in het Nieuwe Verbond, maar ze moet niet minder concreet zijn en de liefde neemt daarom de aanwijzingen van de 10 geboden ter harte. Een praktijk-voorbeeld hiervan is Efeziërs 6,1-4: de apostel citeert het vijfde gebod (`Eer je vader en je moeder’) als uitgangspunt voor zijn onderwijs aan de kinderen en de ouders. En hij doet dit inclusief de belofte van het vijfde gebod (`opdat het je goed gaat en je lang leeft op de aarde’).

 
Maar waarom komen we in de Bergrede de sabbat niet tegen?

1. De Bergrede geeft een duidelijke richting aan voor ons leven op weg naar het hemelrijk. Zij doet dit aan de hand van een aantal voorbeelden, maar het is geen wetboek waarin alle onderwerpen aan de orde komen in een reeks bepalingen. Zo vinden we bijvoorbeeld ook geen verwijzing naar het achtste gebod (`niet stelen’). En inderdaad wordt ook de sabbat niet vermeld. Aan dergelijke niet-vermeldingen kunnen we niet zomaar verdere consequenties verbinden.

2. Opvallender is dat in de Bergrede alle aanwijzingen ontbreken van tijden en plaatsen: de Bergrede is daardoor al open naar de tijd dat de heidenen tot Christus zullen komen zonder als Joden onder de wetten van besnijdenis, reinheid e.d. te gaan leven . En verder heeft Jezus door zijn optreden op de sabbat al wel duidelijk gemaakt dat Hij de Heer ervan is en over het gebruik ervan (ook door zijn leerlingen) de beschikking heeft.

3. In module 3 (Israël en het evangelie) en 4 (De volken en het evangelie) komt aan de orde of de Farizeeën soms een verkeerde sabbatsopvatting hadden, die door Jezus zou zijn gecorrigeerd. Ook bespreken we dan hoe de Jodenchristenen resp. de heidenchristenen verder moeten leven met oude normen en een nieuwe situatie. Pas vanuit dat vervolg kan meer zinvol verder worden gesproken over sabbat en Nieuw Verbond. We moeten dit onderwerp dus nog even aanhouden. Uit de Bergrede valt weinig af te leiden over het onderwerp sabbat.


Is het nuttig om de decaloog in de nieuwtestamentische gemeente in ere te houden?

1. Het antwoord op die vraag ligt besloten in het hierboven geschrevene. Niet voor niets hing vroeger in veel kerken een 10-gebodenbord. Wanneer men de eigenhandig door de HERE geschreven wet van de Sinaï niet in hoofd en hart houdt, wordt het leven naar de liefde stuurloos en het wordt ook al gauw een heel subjectief iets. Wisselen in relaties wordt dan soms alleen nog maar gelegd langs de meetlat van de liefde: wat uit liefde gebeurt zou nooit zonde kunnen zijn. Wanneer die gedachte overheersend wordt, heeft de liefde de teugels van de 10 geboden afgeworpen en is ze al snel geen zelfverloochenende liefde meer, maar persoonlijke voorkeur.

2. Het lezen van de decaloog kan ook de Schriftuurlijke prediking ondersteunen dat wij als nieuwtestamentische kerk zijn ingelijfd in Israël. De uittocht uit Egypte kan ons dan toch niet koud laten! De lezing van de decaloog vooronderstelt wel een prediking die erbij past. De decaloog komt natuurlijk in de lucht te hangen wanneer de prediking het heilshistorisch besef niet meer zou activeren. Mocht dit gevaar dreigen, dan is het beter om ons vanuit de decaloog te laten terugroepen tot de geschiedenis van aartsvaders en uittocht, Israël en profeten, dan dat wij deze decaloog zouden gaan opofferen aan een a-historisch versmald heilsbeeld.

3. In een aantal protestantse kerken is de reformatorische gewoonte nog in ere om de decaloog een plaats te geven in het onderwijs aan de gemeente (bijv. door de prediking over de Heidelbergse Catechismus en door regelmatige voorlezing in de erediensten). Andere geloofsgemeenschappen hebben dat niet en daar ontbreekt ook vaak de lezing van de decaloog en trouwens ook van het apostolicum. In prediking en onderwijs hebben die geen vaste plaats. Het zou een verrijking zijn voor het gemeentelijk leven wanneer men zich die alsnog eigen maakte of weer in ere herstelde (zie mijn bijdrage b/ Waarover preken wij in Paramaribo en Amsterdam).


Hoe moet je nu in catechese, prediking en liturgie omgaan met de decaloog?

Er valt natuurlijk lang te praten over het hoe van het in ere houden van de decaloog in onderwijs en eredienst. De geschiedenis bewijst dat onderlinge afspraken binnen een presbyterium of binnen een kerkverband of tussen voorgangers nuttig zijn. Tenminste wanneer men zich dan ook samen houdt aan de gemaakte afspraken. Alles moet op gepaste wijze en in goede orde gebeuren (1 Kor.14,40) en goede gebruiken binnen de gemeenten worden door Paulus positief beoordeeld (1 Kor.11,16; 14,33). Goede gebruiken zijn (ook als het gaat om het in ere houden van de decaloog) een prima middel om onbruik en vergetelheid te voorkomen en om persoonlijke voorkeur of willekeur te ontwijken.

In de praktijk is het goed om het onderscheid in ere te houden tussen het voorlezen of citeren van de decaloog (zoals de HERE als de Auteur die zelf op de stenen heeft geschreven op de Sinaï) en het uitleggen en toepassen van deze decaloog in prediking en onderricht (naar de wijsheid van de prediker en naar de tijd waarin de kerk nu leeft). Beide zijn nodig: de voorlezing van de grondleggende 10 geboden moet zijn ingebed in een regelmatige uitleg en toepassing ervan in catechese en prediking. Alleen dan werkt de voorlezing niet kil en vervreemdend, maar herinnerend en aansporend. Ons vertrouwde vademecum!

Zie ook de bijdrage d/ De tien geboden: Gods handschrift.

Afdrukken